
Vrijwillige terugkeer van vluchtelingen: hoe kunnen we dat eerlijk én realistisch stimuleren?
Deze vraag werd mij de laatste tijd meerdere malen gesteld. Ik was verbaasd hoe vaak deze vraag terugkwam. Tijdens mijn verschillende gastlessen op Carolus Clusius College in Zwolle kwam dit onderwerp ook naar voren.
Bijna alle leerlingen waren het erover eens dat een vluchteling die zich misdraagt, teruggestuurd moet worden. Maar wat als het land van herkomst hem niet accepteert? Sommigen vonden dat Nederland die vluchtelingen dan tegen de wil van het herkomstland moet terugsturen. Anderen dachten aan sancties tegen die landen.
Toen ik de vraag kreeg over Syriërs en hun vrijwillige terugkeer, moest ik diep nadenken over wat ik ervan moest vinden.
In het belang van Nederland én nieuwkomers denk ik dat het stimuleren van terugkeer op een andere manier kan worden benaderd. Stel dat je te maken hebt met een vluchteling van 30 jaar oud die al ruim drie jaar in Nederland woont. Intussen heeft hij, om welke reden dan ook, amper Nederlands geleerd. Het grootste deel van zijn inkomen bestaat uit een bijstandsuitkering, terwijl er geen sprake is van mentale of lichamelijke klachten.
In zo’n situatie kan een vrijwillige terugkeerregeling, zoals die bijvoorbeeld in Zweden bestaat, een interessante optie zijn. In Zweden kunnen mensen die vrijwillig terugkeren een financiële ondersteuning krijgen die kan oplopen tot tienduizenden euro’s, met een maximum per familie.
In Nederland bestaat ook een regeling voor vrijwillige terugkeer, maar de bedragen liggen momenteel veel lager dan in Zweden.
Als je dit vergelijkt met de kosten in Nederland, zie je dat een statushouder die zich moeilijk kan aanpassen aan het leven hier jaarlijks ruwweg tussen de 13.000 en 15.000 euro aan bijstand en zorgkosten kan ontvangen. Door een eenmalige regeling voor vrijwillige terugkeer aan te bieden, geef je iemand de kans om in zijn regio of in zijn vaderland een nieuwe onderneming te starten of een huis te kopen.
Op deze manier help je iemand een nieuwe start te maken, terwijl Nederland op lange termijn kosten kan besparen. Dat geld kan vervolgens worden geïnvesteerd in statushouders die daadwerkelijk hun toekomst in Nederland willen opbouwen.
Tijdens mijn gastlessen probeer ik leerlingen ook te laten nadenken over hoe wij eigenlijk naar vluchtelingen kijken.
Daarom stel ik vaak de vraag:
Wat roept de term “vluchteling” bij je op?
Een van de antwoorden was: “gelukzoekers.”
Ik vroeg hem of hij dat iets verder kon uitleggen.
Hij antwoordde: “Mensen die voor geluk naar Nederland komen.”
Ik stelde vervolgens een andere vraag aan de klas:
“Wie van jullie is dagelijks op zoek naar niet gelukkig zijn? Handen omhoog.”
Niemand stak zijn hand op, wat natuurlijk heel logisch was. En toen werd het even helemaal stil in de klas.
Daarna stelde dezelfde leerling een interessante vraag:
“Waarom blijven mensen niet in de regio? Dat is toch bekender, betrouwbaarder en dichter bij huis?”
Mijn antwoord was dat zijn vraag in principe heel logisch is. Maar de werkelijkheid is complexer.
Veel rijke Golfstaten hebben hun deuren gesloten voor Syriërs. Libanon heeft regelmatig te maken met politieke spanningen en conflicten. Jordanië kampt met economische uitdagingen. En in Turkije horen we vaak verhalen over Syrische werknemers die lange dagen werken voor een laag salaris.
Tegelijkertijd zien we dat westerse landen zich in het verleden politiek en soms militair hebben uitgesproken over vrijheid en democratie in het Midden-Oosten.
Dan blijft de vraag:
Is “opvang in de regio” werkelijk een realistische oplossing, of soms ook symboolpolitiek?
Met de leerlingen hebben we hierover een waardevol gesprek gevoerd. Iedereen bleef in zijn waarde, en we konden echt van elkaar leren.
Maar de vraag blijft interessant:
Hoe kunnen we volgens jullie vrijwillige terugkeer op een eerlijke manier stimuleren, zonder de menselijke kant uit het oog te verliezen én zonder de draagkracht van de samenleving te overschrijden?
Ik ben benieuwd naar jullie gedachten.